Naar het schijnt staat ergens in Lonely Planet of zoiets over Vlaanderen dat wij geobsedeerd zouden zijn door orde en netheid in onze huizen. Dat fenomeen heb ik hier in het dorpje L. aan den lijve mogen ondervinden. Maar niet alleen heeft de Vlaming een obsessie voor zijn huisje waar van de vloer gelikt moet worden, waar je door de propere ramen niet eens meer ziet of er überhaupt wel ramen inzitten en waar onderbroekjes op kleur gesorteerd en gestreken in de kast liggen. Hij heeft dat ook met zijn tuintje. En ook daar wordt men in het dorpje L. veelvuldig mee om de oren geslagen. Er wordt gesnoeid, gehakt, geboord, gesneden, gekapt, geverticuteerd en getrimd dat het een lieve lust is. En het gaat NIET om originaliteit. En al ZEKER NIET om schoonheid. Het gaat ALLEEN om perfectie. Geen grassprietje mag uit de richting liggen. Geen blaadje over de rand hangen. Dat daardoor niemand nog rustig buiten kan zitten. Dat is van geen tel. Een tuin is om in te werken verd*mme! Niet om in te gaan zitten. Niet om van te genieten. Het hele weekend lang hebben we geraas van machines gehad (jaja, ook op de heilige dag des Heren). En nu? Vanavond? Vuurke stook bij de buren. Het lekker geurtje hangt intussen lekker mee aan de wasdraad en in de gordijnen. Een lekker fris bedje met een snuifje 'verbrand'. Ach ja, waarom ook niet. Binnenkort zijn we hier toch weg. Van mij mag het regenen, regenen, regenen tot het zover is. |