Ja, beste mensen, ik heb een peuter met fikse driftbuien. Een kleine wandeling gisteren resulteerde in 20 minuten koppig straatzitten want Hannelore wilde niet - en ik herhaal NIET - stappen. En wat doe ik dan? Ik volg de boekskes. Niet toegeven, mevrouw, niet toegeven... Dat creëert precedenten en dat willen we niet. Vanmiddag aan de schoolpoort weer hetzelfde verhaal. Hoe komt het dat volharden (van mijnentwege - liever niet van Hannelore) mij beter lukt thuis, zonder pottenkijkers? Ik hou van mensen die mij zien sukkelen en 'ns hartelijk moeten lachen. Uit herkenning? Uit empathie? Of gewoon omdat zijzelf gelukkig zijn? Waar ik het moeilijk mee heb zijn die andere blikken. De boze blikken. De gefronste wenkbrauwen. Het bedenkelijke gesssjjj. Wat verwacht men dan? Dat ik zomaar meteen toegeef aan elke gril om de lieve vrede te bewaren? Of denken ze dat ik een slechte moeder ben die haar kind niet in de hand heeft? Ik ben nochtans overtuigd dat ik het goed aanpak. Het is een fase die we doormoeten maar ik kan alvast minstens even koppig en volhardend zijn als dat kleine madammeke. None shall pass! En als zij daar af en toe flink stoom voor moet aflaten, dan hoort dat er gewoon bij. De één is nu eenmaal koppiger dan de ander. Het zit me dwars dat een kind nog zo weinig kind mag zijn. Zoals wij vroeger buiten speelden, op de straat nota bene, dat bestaat niet meer. Daar konden wij tenminste stoom aflaten. Als ik ga wandelen, is er geen enkel plekje waar ik 'gerust' kan zijn en mijn meiden 'ns laten hollen. Er is altijd gevaar voor auto's, fietsen, joggers... Voortdurend roep ik 'opgepast', 'voorzichtig', 'kijk uit', 'kijk voor je'... tot mijn stem het bijna begeeft. En dan nog gaat het altijd wel ergens fout en lopen ze iemand voor de voeten. En volgt die slechte-moeder-blik. Het ene kind is ook actiever dan het anderen. Heeft meer aandacht nodig dan het anderen. Of meer affectie. Of ... Nochtans worden ze met speciale 'leerprogramma's', kinderpsychologen en zelfs medicijnen afgestompt tot zoveel mogelijk van hetzelfde. Zo weinig mogelijk verschil. Mooi, hoor, ik die zoveel van verschil houd. Het wordt tijd dat we terug naar de stad gaan. Waar verschil een evidentie is. |